• Column: Een leven lang ASWH.....

    Door Gerrit Scheurwater. 

    Sommige liefdes beginnen vroeg, andere moeten geduld hebben. Die van mij had vijftien jaar nodig. Vijftien jaar voordat ik eindelijk op voetbal mocht. Het was 1954, de oorlog nog maar net uit de lucht verdwenen, en ik zelf nog maar net uit bed, letterlijk. Tuberculose, of zoals men toen zei: vliegende tering, had me twee jaar lang aan het bed gekluisterd. Ik was een van de gelukkigen die het overleefde.

    Toen ik weer naar buiten mocht, rende ik de Houft in alsof ik de wereld moest inhalen. Arbeidershuisjes, modder, gras dat altijd te hoog stond, het was mijn speelveld. Maar voetballen bij ASWH? Dat was des duivels, volgens mijn strenggelovige ouders. Op zondag mocht ik alleen naar de kerk, twee keer zelfs. De bal was voor heidenen.

    Tot ze mijn gezeur zat waren. Vijftien jaar, en daar stond ik: bij ASWH. De huisarts had bepaald dat ik me niet te veel mocht inspannen. Dus werd ik keeper. Een vak apart, maar wel eentje waarbij je af en toe mocht stilstaan, dat zal dokter Jongeneel gerust hebben gesteld.

    Mijn eerste stappen zette ik op het veld aan de Willem de Zwijgerstraat. Toeval wil dat ik daar nu woon. Ik kijk uit op de plek waar ik ooit in het te hoge gras stond te dromen van het eerste elftal. De legendarische Gerrit van de Berg was mijn jeugdleider, Taeke Seinstra mijn concurrent. Taeke was beter. Punt. Hij hield me uit het eerste, maar ik heb het hem nooit kwalijk genomen. Zo werkt voetbal.

    ASWH werd ondertussen de rode draad in mijn leven. Ik kreeg verkering met de dochter van de secretaris, dat helpt altijd bij de clubbinding, en na een beenbreuk kwam er een einde aan mijn actieve carrière. Maar ASWH liet mij niet los. Ik werd leider, trainer, jeugdsecretaris, bestuurslid. Alles wat je kunt worden zonder een bal aan je voet.

    De club groeide mee met het dorp. In de jaren zeventig werd Hendrik Ido Ambacht groter, en ASWH groeide vrolijk mee. In 1974 werd ik Lid van Verdienste, in 2014 erelid. Mooie titels, maar het mooiste is dat ik heb gezien wat een vereniging betekent voor een gemeenschap. Duizenden kinderen, jongeren, ouders, opa’s en oma’s, allemaal hebben ze iets met ASWH. Ik hoop dat de huidige generatie dat ook heeft en dat het blijft.

    En kijk waar we nu staan: meer dan 1.700 leden, 80 teams, 300 vrijwilligers. Een schitterend sportpark, een clubhuis om trots op te zijn. ASWH is niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. Een nette club, zeggen ze. En dat moet zo blijven. Ook dit seizoen 2026-2027 en al die andere seizoenen die zullen volgen.

    In 2029 bestaat ASWH 100 jaar. Dan ben ik 75 jaar lid.
    Een leven lang ASWH. En ik zou het zo weer doen.