• Column: Kop van Jut.....

    Door Gerrit Scheurwater: 

    Het nieuws van afgelopen maandag sloeg in als een bom: Erik ten Hag, trainer van Bayer Leverkusen, wordt per direct op straat gezet spuwde de media. Nauwelijks twee maanden aan het roer, en nu al uitgekotst. Voor een club die vorig seizoen nog als tweede eindigde in de Bundesliga en zich verzekerde van Champions League-voetbal, lijkt dit een beslissing uit pure wanhoop. Na slechts twee competitiewedstrijden, waarvan er één werd verloren en een gelijkgespeeld, staat Leverkusen met één punt teleurstellend laag op de ranglijst. Dat men in de bestuurskamer dan al de stekker uit het project trekt, laat zien hoe weinig geduld er tegenwoordig nog is in de voetballerij.

    Ten Hag, bekend om zijn eigenzinnige aanpak en analytische manier kreeg niet de tijd die hij nodig had om zijn ideeën in de selectie te slijpen. Nieuwe trainers moeten wennen aan een groep spelers, en andersom moeten spelers wennen aan de nieuwe aanpak.
    Het ontslag is exemplarisch voor de opportunistische reflexen die in het moderne voetbal bestuurders en sponsors kenmerken. Als de resultaten uitblijven, is de trainer vaak het eerste slachtoffer, terwijl de structurele problemen binnen een club veel dieper liggen dan bij de man langs de zijlijn.

    Diezelfde druk geldt ook in Nederland, waar vooral trainers in de tweede divisie nu al met argusogen worden gevolgd. Clubs als IJsselmeervogels, Volendam, Excelsior Maassluis, ACV en Barendrecht bevinden zich in de onderste regionen en verkeren in een lastige positie. Voorzitters voelen de onrust onder supporters en sponsors, en die druk kan zich razendsnel vertalen in een telefoontje naar de trainer met het onvermijdelijke bericht dat het vertrouwen weg is. Supporters willen strijd, bestuurders willen stabiliteit, en sponsors eisen resultaat – een driehoek die vaak onmogelijk vol te houden is als de punten uitblijven.

    De vraag is dan ook niet óf, maar wélke trainer als eerste het veld moet ruimen. Bij IJsselmeervogels bijvoorbeeld ligt Raymond Bronkhorst onder een vergrootglas. De club heeft de naam en het verwachtingspatroon dat hoort bij een topamateurclub, maar met nul punten na enkele wedstrijden is de onvrede tastbaar. Nog een nederlaag kan voldoende zijn om de emmer te doen overlopen. Hetzelfde geldt voor clubs als ACV en Excelsior Maassluis, waar het budget en de mogelijkheden beperkt zijn, maar waar toch resultaten worden verwacht die niet altijd realistisch zijn.

    De dynamiek is overal hetzelfde: in een sport die draait om korte termijn en onmiddellijke resultaten is er nauwelijks ruimte voor rust en opbouw. Waar vroeger een trainer soms meerdere seizoenen de tijd kreeg om een elftal naar zijn hand te zetten, lijken tegenwoordig een paar slechte weken al fataal. Het ontslag van Ten Hag bij Leverkusen is dus niet alleen een Duitse aangelegenheid, maar een spiegel voor het gehele voetbal: de trainer is een passant, de kop van jut zodra de bal net iets te vaak de verkeerde kant oprolt.

    Ook bij ASWH hebben in het verleden ook ‘trainerskoppen gerold’. De allereerste was Gerard Weber in het seizoen 1987-1988. Het toen slecht presterende 1e elftal werd zijn ‘doodvonnis’. De laatste die voortijdig moest vertrekken was Michel Langerak. De verstandhouding met de spelers was dusdanig verstoord in het seizoen 2014-2015 dat het bestuur gedwongen was de samenwerking te beëindigen.

    Toen ik hoorde dat Ten Hag was ontslagen vroeg ik mij af of bestuur van Bayern Leverkusen zelf bekwaam genoeg was om een trainer aan te nemen. Dit is een punt dat cruciaal is, zeker in het amateurvoetbal. Bestuurders beheersen het trainersvak niet maar de onderbuikgevoelens zijn vaak beslissend bij het aanstellen van een trainer.