Door Gerrit Scheurwater.
Alle ogen zijn deze weken gericht op de technische commissie, en vooral op technisch directeur Mels van Driel. Het is immers de periode waarin de contouren van de nieuwe selectie zichtbaar moeten worden. Een tijd van lijstjes, telefoontjes, gesprekken… en hoofdbrekens. Want makkelijk is het allerminst.
Het begint al bij de huidige selectie. Hoe pijnlijk ook: gezien de stand op de ranglijst is dit elftal, alle blessures meegerekend, amper 3e divisiewaardig. Zodra er spelers wegvallen, blijkt de bank te licht om het niveau vast te houden. Dat is geen verwijt, maar wel de realiteit waarmee Van Driel en zijn commissie moeten werken.
En dan komen de keuzes. Wie mag blijven, wie moet vertrekken? Het klinkt simpel, maar dat is het niet. De degradatiespook hangt al vervelend dicht in de buurt, en juist dan moet je vooruit durven kijken. Spelers laten gaan is vaak het minst moeilijke deel. Maar bepalen wie je koste wat kost wilt behouden, dát is de uitdaging. Want de beste spelers zijn ook elders gewild. Dan wordt het voor hen een spel van wachten en wikken: wie biedt het meest, wie heeft de dikste portemonnee? En laat dat nu net niet ASWH zijn.
“Doorselecteren” is zo’n woord dat lekker bekt in vergaderingen en op tribunes. Het betekent in theorie dat je de zwakke schakels vervangt door betere spelers, waardoor het geheel sterker wordt. Was het maar zo eenvoudig. Want een team is meer dan een optelsom van individuen. Teamgeest, dat ongrijpbare mengsel van vertrouwen, toewijding en elkaar iets gunnen, laat zich niet kopen. Het moet groeien, ontstaan, gevoed worden. Zonder dat fundament blijft elke selectie een kaartenhuis.
Daarom is scouting cruciaal. Een speler moet je vaker zien, in verschillende omstandigheden. Niet alleen zijn acties, maar ook zijn houding, zijn karakter, zijn manier van communiceren. En dan volgt het persoonlijke gesprek. Maar wie voert dat? Niet iedereen heeft het talent om door de buitenkant heen te prikken en te ontdekken wie er écht tegenover je zit.
En dan is er nog de financiële realiteit. In de 2e divisie zijn clubs waar het geld tegen de plinten klotst. ASWH hoort daar niet bij. Hier is het geen kwestie van shoppen met een gouden creditcard, maar van creatief en zorgvuldig “winkelen”. De kunst is om met beperkte middelen toch kwaliteit binnen te halen en dat maakt de uitdaging voor Van Driel en zijn secondanten, alleen maar groter.
