• Column: WK illusie armer

    Door Gerrit Scheurwater. 

    Ik schreef het nog zo, vorige keer: ik droomde dat wij, Nederland, wereldkampioen konden worden. Een illusie, natuurlijk, maar wel een lekkere. De wedstrijd tegen Marokko moest nog komen, dus hoop was nog toegestaan.

    Tot ik op 30 juni, om 2.30 uur ’s nachts, in de auto stapte en via de radio de opstelling hoorde. Vijf verdedigers. Vijf. Alsof we tegen een buitenaards elftal moesten spelen. Angsthazenvoetbal pur sang. Ik vroeg me serieus af of Koeman de weg kwijt was.
    Het werd precies het drama dat je bij zo’n opstelling verwacht. Marokko was beter, feller, slimmer. Wij sleepten nog een 1-0 voorsprong mee alsof het een porseleinen vaas was die elk moment kon breken. En na de gelijkmaker wist iedereen het: dit wordt een lange terugreis.
    De strafschoppen van Timber, Summerville en Kluivert waren het slotakkoord van een avond die je liever vergeet. Hopeloos genomen, nog hopelozer gemist. En zo lag Nederland er al in de 1/16e finale uit.
    Heel Nederland teleurgesteld. Ik een illusie armer. En Koeman? Die pakte zijn koffers. Terecht.

    Historisch affiche
    Er zijn van die weken waarin je als voetballiefhebber alleen maar achterover hoeft te leunen. De halve finales van dit toernooi waren zo’n cadeautje. Spanje - Frankrijk was keurig, degelijk, bijna Europees‑netjes. Maar Engeland - Argentinië… dát was een wedstrijd waar je de tv voor harder zet, gewoon om niets te missen.
    Argentinië begon zoals alleen Argentinië dat kan: twintig minuten lang bandietenvoetbal. Intimidatie als tactiek, overtredingen waar je in de vierde divisie niet eens over discussieert, gewoon direct rood, douchen, bedankt. Maar de Engelsen lieten zich niet wegblazen. Ze deden vrolijk mee in het fysieke geweld, alsof ze wilden bewijzen dat ze ook best een beetje Argentijns kunnen zijn.
    Toen kwam die tweede helft. Plotseling veranderde Argentinië van straatvechters in sierlijke voetballers. Alsof iemand in de rust had gezegd: “Jongens, misschien moeten we ook eens proberen te scoren.” De 1–0 achterstand dwong hen tot voetbal, en dat deden ze met klasse. Engeland begon te bibberen en coach Thomas Tuchel besloot op zijn Koemans: aanvallers eruit, verdedigers erin. Een keuze die je alleen maakt als je denkt dat angst een strategie is. Het bleek een misrekening van formaat. Argentinië rook bloed en maakte het karwei af met chirurgische precisie.
    En dan Spanje. Dat hield Frankrijk verrassend eenvoudig onder de duim, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Daardoor krijgen we nu iets wat je niet vaak krijgt in het voetbal: een finale die écht klinkt als een finale. Zondag 19 juli 2026 Spanje - Argentinië. Techniek tegen temperament. Flamenco tegen tango. Een historisch affiche om je vingers bij af te likken.

    Commentatoren
    Er zijn van die avonden tijdens het WK waarop je de televisie aanzet, de koffie inschenkt en meteen spijt hebt. Niet vanwege het voetbal, dat redt zich meestal wel, maar vanwege de presentatoren die je toespreken. Glimmende studio’s, strak getrainde mediastemmen en analisten die elkaar tegenspreken alsof het een verplicht nummer is.
    Met een zekere weemoed denk ik dan terug aan de tijd dat commentatoren nog karakter hadden. Toen had je:
    Theo Reitsma, die met één zin een heel land kon laten juichen.
    Hugo Walker, die het spel niet alleen versloeg maar ook beleefde.
    En ja, Mart Smeets, die kon een wedstrijd openen alsof hij een roman begon.
    Ze waren geen stemmen uit een fabriek. Ze waren persoonlijkheden. Je hoorde wie ze waren, niet wie de regisseur wilde dat ze waren.
    Tegenwoordig lijkt het commentaar soms op een navigatiesysteem:
    “Hij speelt de bal naar links.”
    “Hij loopt naar voren.”
    “Hij schiet.”
    Ja, dank je, dat zag ik ook. Het is alsof men bang is dat de kijker anders in paniek raakt. Alsof voetbal een ingewikkelde wiskundige formule is die voortdurend moet worden uitgelegd.

    Misschien is het nostalgie. Misschien is het ouder worden. Maar misschien, heel misschien, is het gewoon zo dat het vak van commentator langzaam is veranderd in een soort mediatrainingsoefening. Alles glad, alles neutraal, alles zonder risico. Geef mij Reitsma maar!