Jerry Tieleman werd geboren op 13 februari 1987. Samen met zijn moeder groeide hij op in Ridderkerk-Bolnes, waarbij zijn opa en oma een grote rol speelden in zijn opvoeding. Na zijn schooltijd kwam hij op het CIOS. Deze opleiding rondde hij succesvol af. In eerste instantie was doorstuderen zijn bedoeling, maar een aanbod van de gemeente Dordrecht doorkruiste dit. Een mooie baan van sportconsulent kon hij, maatschappelijk gezien, niet weigeren. Na een aantal jaar met veel plezier met de jeugd te hebben gewerkt, werd de subsidiekraan dichtgedraaid en moest hij noodgedwongen vertrekken. Al snel kreeg Jerry een baan aangeboden in Ridderkerk. Daar werkt hij tot nu toe in een wijk, waarin hij nota bene zelf is opgegroeid, met jeugd tot 12 jaar en houdt hij zich bezig met naschoolse activiteiten voor de Brede School. Een job waarin Jerry zich volkomen thuis voelt.
Jerry begon zijn sportieve leven met zwemles en judo. Dat laatste hield hij een jaar of 10 vol. Hij deed zelfs mee aan kampioenswedstrijden en won ook regelmatig. Frappant was wel dat de moeder van Jerry er door de gymdocent op werd geattendeerd dat hij ook best een aardig balletje kon schieten. En zo meldde Jerry zich op negenjarige leeftijd aan bij RVVH. Na een paar jaar verkaste hij naar SC Feyenoord. In twee periodes speelde hij totaal 13 seizoenen voor deze Rotterdamse club. Ook bij ASWH was Jerry actief. Dat was in seizoen 2015/2016 in de hoofdklasse en de daaropvolgende twee seizoenen in de 3e divisie. Zijn laatste seizoen als voetballer was 2025/2026. Toen kwam hij uit voor eersteklasser Nieuw-Lekkerland waar hij zeer gewaardeerd werd voor zijn ijver en inzet. In een regionaal dagblad werd hij weggezet als: kuitenbijter, ijzervreter, trainingsbeest. Je zou het best een eresaluut of zelfs een eretitel mogen noemen.
Met Jerry ging ik in gesprek over zijn afscheid als voetballer en over zijn huidige rol als assistent-trainer bij Johan Sturrus en het 1e elftal.
Vond je het moeilijk om te stoppen met voetballen?
“Ja en nee. Voetballen is in mijn ogen het allermooiste spelletje wat er is. Ik heb het nooit vervelend gevonden om te trainen en wedstrijden te spelen. Ik vond het altijd wel lekker om op het veld te staan. Ik was altijd honderd procent liefhebber. Voordat ik stopte heb ik er echt wel lang over nagedacht. Moet ik nu gaan stoppen of zal ik er nog een jaartje aan vastplakken? Het ging immers nog goed. Uiteindelijk heb ik toch de knoop doorgehakt. Ik ben bijna 40, ja, dan is het toch mooi geweest. En tot nu toe heb ik geen spijt van mijn beslissing."
Waarom wilde je trainer worden?
“Op het CIOS heb ik destijds mijn trainersdiploma’s gehaald waaronder UEFA B. Ik heb ook al veel training gegeven bij de jeugd van Barendrecht, Excelsior en SC Feyenoord. Bij SC Feyenoord zelfs zes seizoenen. Ik vond dat erg leuk, maar het allermooiste is toch zelf spelen. Toen ik bij Feyenoord de jeugd trainde, voetbalde ik op zondag. Dat was prima te combineren, ook omdat ik toen nog geen vrouw had. Op een gegeven moment wilde ik toch naar de zaterdagcompetitie. De kwaliteit van het zaterdagvoetbal werd beter dan het zondagvoetbal. Toen ik op zaterdag ging voetballen, kon ik dat niet meer combineren met mijn rol als trainer. Maar ik heb toen al gezegd, als ik stop met voetballen heb ik er wel oren naar om trainer te worden."
Hoe werd je assistent-trainer van Johan Sturrus?
“Johan en ik hadden altijd al geregeld contact. Niet dagelijks, maar wij kwamen elkaar regelmatig tegen op de velden. Ik als speler en Johan als trainer. Toen ik nog bij Nieuw-Lekkerland speelde zijn we in gesprek geraakt en vroeg Johan of ik er iets voor voelde om assistent-trainer bij ASWH te worden. Daar had ik wel oren naar. Ook bij Nieuw-Lekkerland was ik al druk bezig met een vervolg, maar daar kwamen we niet uit. Mocht ik VC4 willen halen, dat moet je bij een divisieclub een paar jaar ervaring opdoen om in aanmerking te komen voor de opleiding. Dus ik heb gesolliciteerd bij ASWH en we waren er snel uit.”
Tijdens je voetballoopbaan heb je veel trainers zien passeren. Heb je daar nog wat van opgestoken?
“Ik vind dit altijd wel een lastige vraag. En dat heeft er mee te maken dat ik van alle trainers wel wat heb geleerd, zowel negatief als positief. Bijvoorbeeld dingen die ik beslist niet zo zou doen. Er zijn ook genoeg goede voorbeelden die ik zou gebruiken, maar niet één die er echt uitspringt. Met Jack van den Berg heb ik hier natuurlijk mooie jaren gehad, ook in de vorm van prijzen. Zijn manier van spelen en trainen vond ik heel interessant. Maar een André Stafleu had ook veel verstand van voetbal. Gaandeweg heb ik dus wel veel geleerd van sommige trainers. De andere kant is, en dat is niet slecht bedoeld, je bent zelf een visie aan het vormen, en die kan afwijken van hoe anderen denken. En dat mag ook, als we allemaal hetzelfde denken wordt het een saaie boel.”
Hoe bevalt je rol als assistent-trainer en wil je ooit zelfstandig trainer worden?
“Tot op heden goed. Ik ben een onderdeel van de gehele staf. Die bestaat niet uit alleen Johan en mij. Iedereen die zich met het 1e elftal bemoeit heeft zijn eigen verantwoordelijkheid in. Mijn eigen rol, en dat zeg ik eerlijk, ervaar ik als zeer positief. Ik word overal bij betrokken, mag meedenken, meebeslissen en dat vind ik heel erg prettig.
Of ik ooit zelfstandig trainer wil worden? Moeilijk om die vraag nu al beantwoorden. Dat heeft er puur mee te maken dat ik dit jaar wil gebruiken om te ervaren of ik het leuk vind. Seniorenvoetbal is anders dan jeugdvoetbal. Dit seizoen wil ik dus aankijken of ik hierin verder wil. Vind ik het niet leuk, dan zijn er genoeg andere dingen om te gaan doen. Maar vind ik het wel leuk, dan overweeg ik om het VC4-diploma te behalen. Maar misschien past mijn huidige rol ook wel lekker. Zoals gezegd, dat bekijk ik dit seizoen.”
Is de omgang met spelers voor een assistent anders dan voor een hoofdtrainer?
“Jazeker, dat merk ik ook wel. Maar dat zit niet eens zozeer in de functie, maar heeft meer te maken met je karakter en omgang met mensen. Ik denk dat Johan en ik daarin twee tegenpolen zijn. Ik denk dat wij wel hetzelfde denken, maar dat de benaderingswijze anders is. Dat is voor spelers wel prettig, want dan zeg je allebei niet hetzelfde. Een trainer heeft in mijn ogen niets aan een papagaai op zijn schouder, maar is er juist bij gebaat als iemand er anders naar kijkt of over denkt. Ik denk dat de kans groter is dat je dan een sterk koppel wordt. Of spelers eerder een assistent in vertrouwen nemen dan de hoofdtrainer? Zoals ik al zei: het gaat om mensen, hoe ga je zelf met spelers om? Dat doe ik zoals ik dat altijd doe. Dus als mensen mij in vertrouwen iets vertellen, dan blijft het bij mij. Tenzij het ten koste gaat van de club of het teamproces. Dan zal ik zeker tegen de spelers zeggen, dat ik dat zal melden.”
De aanloop naar de competitie ging wat stroef en ook de start van de competitie was niet overtuigend. Hoeveel potentie zit er eigenlijk in de selectie?
“Er zit heel veel potentie is onze selectie. Maar je moet ook snel kunnen relativeren. Ik begrijp echt wel dat er mensen zijn die naar de wedstrijden komen kijken, verder niets horen en dan zeggen dat het er niet uitziet. En dat mag. Als het niet goed is, is het ook niet goed. Maar wij zijn ook met andere dingen bezig dan een wedstrijdje winnen. Wij zijn bezig met 12 nieuwe jongens die van buitenaf zijn gekomen. Er zijn niet zoveel spelers van vorig seizoen en om dat samen te smeden heeft echt tijd nodig. Daarbij komt nog eens dat we een heel jonge groep hebben, op een paar uitschieters na die wat ouder zijn. Je moet alles in perspectief zetten. Daarom heeft deze groep wel degelijk potentie. Als je kijkt naar de leeftijden, naar de individuele kwaliteiten die we hebben, dan zit het wel prima. Dat wil niet zeggen dat we er al zijn. Nee, we zien allemaal nog wel verbeterpunten en dat het nog moet groeien. Maar in potentie hebben wij een heel talentvolle groep. Dat probeer ik de mensen die er naar vragen ook uit te leggen.”
De insteek van Johan is om deze groep bij elkaar te houden. Om iets op te bouwen. Dat is een heel lastige opgave want clubbinding, bestaat dat nog wel?
“Gelukkig zijn die spelers er nog wel, die zich conformeren aan een vereniging en voor langere tijd blijven. Ik ben blij dat dit soort spelers nog niet uitgestorven zijn. Maar ik ben het wel met je eens, het wordt steeds minder.
Mijn persoonlijke mening is: Ik denk dat het proces enorm belangrijk is. Iedereen moet hierin mee. Niet alleen wij als staf, de spelers maar ook de club, de technische mensen; iedereen moet mee in dat proces. De doelen die wij voor ogen hebben moeten we met elkaar willen bereiken. Ik ben van mening dat je dan een goede basis gaat creëren. Waar staan we over vier jaar? Wat ik al heb aangegeven; we hebben een jonge groep en een aantal oudgedienden. Als die laatste stoppen, moeten de jongeren het stokje over gaan nemen. Als je zo de doorstroom kan bewerkstelligen, kun je stappen blijven maken. Er gaan natuurlijk voorwaarden aan dit proces vooraf. Dat heeft te maken met financiën, staf en spelers. Maar zolang iedereen ditzelfde doel nastreeft, continuïteit in het 1e elftal, moet de hele club hiermee bezig zijn. Kijk, verloop in een elftal heb je altijd en dat is ook goed voor de doorstroming. Dat kan je niet tegenhouden. Maar de kern moeten we zien te behouden, dat is de ruggengraat van je 1e elftal. Aandacht voor ASWH-jeugdspelers hebben wij uiteraard ook. Talenten die het hele opleidingsproces hebben doorlopen moeten we proberen te behouden. De harde werkelijkheid is wel dat de grootste talenten weggehaald worden, maar dat is niet erg, dat hoort er nou eenmaal bij en gaat niet veranderen. Alle amateurclubs hebben daar last van. Maar de jeugdspelers die blijven kunnen ook de sprong naar het 1e elftal maken. Belangrijk is dat deze spelers, maar ook spelers die van buitenaf komen, zich thuis voelen en gewaardeerd worden in de omgeving waar zij vier dagen per week zijn. Het gaat ook om meer dingen dan alleen voetbal.”
Drie competitiewedstrijden liggen achter ons. Tweeëneenhalve wedstrijd verliep moeizaam. De algemene indruk was dat veel spelers (nog) niet voldoende beseften dat het om de punten gaat. Tijdens de tweede helft tegen SC Feyenoord zagen we wel de wil om te winnen. Hoe verklaar je dat?
“Het klinkt als een cliché, maar dit hoort bij het groeiproces. Kijk, als je elf jongens hebt die er alleen de pollen uitlopen word je niet beter. We moeten in het elftal een balans zien te vinden, waardoor de spelers elkaar beter leren kennen qua kwaliteiten. Daarin zullen zij elkaar moeten gaan steunen. Iedere speler moet op zijn eigen gebied het gevraagde kunnen leveren. Ik hoop dat we de lijn van de tweede helft tegen Feyenoord gaan doorzetten. Daar streven we naar, het is uiteraard geen garantie dat dit zaterdag tegen HBS al gebeurt. In elke wedstrijd heb je een bepaalde energie nodig waarmee je het verschil kan maken. Dat kan conditioneel, fysiek, tactisch, technisch en je moet als speler het maximale van jezelf eisen. Jouw indirecte vraag is: gebeurt dat? Wij stellen onszelf ook wel eens die vraag. Maar gaandeweg leren wij de spelers ook beter kennen en zien we ook dat de kwaliteiten steeds beter naar voren komen. En spelers onderling zien dat ook.”
Door Gerrit Scheurwater
Dit interview is opgenomen op 14 september 2026.


Op 27 januari 2018 speelde Jerry de thuiswedstrijd tegen VVOG uit Harderwijk. De kopkracht van Jerry spreekt voor zich. De wedstrijd eindigde in 0-0.
Ook met zijn voeten was Jerry een uitmuntende verdediger. Dat ondervond ook Harkemase Boys. De Friezen kwamen 15 april 2017 niet verder dan een 2-2 gelijkspel op sportpark Schildman.