Door Gerrit Scheurwater.
Er zijn van die zaterdagen waarop je langs de lijn staat en even denkt: hierom hou ik van voetbal. Rode wangen. Geschaafde knieƫn. Een bal die drie meter te ver wordt aangespeeld en toch met een uiterste krachtsinspanning wordt terugveroverd. Ouders langs de lijn, sommigen half bevroren, anderen met koffie in de hand. Een trainer die voor de zoveelste keer uitlegt dat je niet allemaal tegelijk naar de bal moet rennen. Het is niet perfect. Het hoeft ook niet perfect te zijn.
Het is amateurvoetbal. En juist daarin zit de schoonheid.
Een vereniging is meer dan een plek waar je twee of drie keer per week tegen een bal trapt. Het is een plek waar kinderen vrienden maken, leren winnen Ʃn verliezen, leren omgaan met teleurstelling en ontdekken dat je soms iets voor een ander moet doen. Een plek waar een trainer niet alleen probeert een betere voetballer van je te maken, maar ook een beetje opvoeder is. Daarom kijk ik soms met enige verbazing naar de wereld die zich daarnaast heeft ontwikkeld.
De commerciƫle voetbalschool.
Op zichzelf is daar niets mis mee. Laat dat vooropstaan. Er zijn uitstekende voetbalscholen met deskundige trainers, een veilig sportklimaat en oprechte aandacht voor de ontwikkeling van kinderen. Ondernemen en voetbal kunnen prima samengaan.
Maar er zijn wel grenzen. Mooie folders. Professionele filmpjes. Grote beloftes. Word beter. Train als een prof. Ontdek jouw potentie. En vervolgens het prijskaartje waarbij je je afvraagt of je kind een training krijgt of alvast een voorschot op een profcontract betaalt. Wanneer voor een training tientallen euro's wordt gevraagd, soms oplopend tot ā¬75 of ā¬100, mag je daar best kritische vragen bij stellen.
Wat wordt er eigenlijk verkocht?
Een training? Een ervaring? Of vooral een droom?
Want die droom is goud waard. Letterlijk, zo lijkt het soms. Kinderen dromen nu eenmaal groot. De ƩƩn wil later bij Ajax spelen, de ander bij Feyenoord. Sommigen zien zichzelf al in een vol stadion, met de bal aan de voet en duizenden mensen op de tribune. En laat ze vooral dromen.
Maar een kind kan het verschil niet altijd zien tussen begeleiding en marketing. Een ouder misschien ook niet. Zeker niet wanneer een commerciƫle aanbieder precies weet welke snaar hij moet raken. En dan wordt het interessant.
Want wie toegang heeft tot de beste velden, de beste trainers en de beste faciliteiten. Dan krijg je al snel een voorsprong. Niet noodzakelijk omdat een kind meer talent heeft, maar omdat er meer geld en mogelijkheden achter zitten.
Dat schuurt met het idee van sport voor iedereen.
Ook het gebruik van voetbalvelden verdient aandacht. In Amsterdam waren er vorig jaar tientallen meldingen van illegaal veldgebruik. Trainers die zonder toestemming op clubvelden stonden, confrontaties met toezichthouders en verenigingen die velden buiten de officiƫle afspraken beschikbaar stelden.
Dat klinkt misschien als een detail. Dat is het niet.
Want een voetbalveld is geen vrij beschikbare commerciƫle ruimte. Het is een voorziening waar afspraken, verantwoordelijkheid en toezicht bij horen. Zeker wanneer daar kinderen sporten.
Binnen het verenigingsvoetbal zijn we gewend om daar serieus mee om te gaan. De vier V's zijn geen hippe marketingtermen: gedragscode, vertrouwenscontactpersoon, VOG en vakkundige trainers. Vier belangrijke pijlers voor een veilige sportomgeving. Bij ASWH vinden we dat vanzelfsprekend. Niet omdat wij beter zijn.
Wel omdat wij geloven in wat een vereniging hoort te zijn.
Een plek waar kinderen welkom zijn. Waar trainers niet alleen weten hoe je een bal moet aannemen, maar ook hoe je met kinderen omgaat. Waar ouders weten bij wie ze terechtkunnen. Waar ontwikkeling belangrijker is dan omzet.
Voetbal is geen product is, maar een sport.
Misschien moeten we daarom wat vaker terug naar de basis.
Niet vragen hoeveel Instagram-volgers een voetbalschool heeft. Niet hoeveel profvoetballers er ooit een training hebben gevolgd. Niet hoeveel beloftes er op een flyer passen. Maar gewoon:
Wie staat er morgen op het veld? Welke opleiding heeft die trainer? Hoe is de veiligheid geregeld? Waar gaat mijn geld naartoe?
En misschien wel de belangrijkste vraag:
Wordt mijn kind hier echt beter van, als voetballer Ʃn als mens?
Er zijn genoeg commerciƫle voetbalscholen die daar een goed antwoord op kunnen geven. Die transparant zijn, deskundige trainers inzetten en de ontwikkeling van het kind daadwerkelijk vooropstellen.
Maar laten we ook kritisch blijven.
Want een kind heeft geen behoefte aan een verkoopverhaal.
⢠Een kind heeft behoefte aan iemand die zegt: kom, we gaan lekker voetballen.
⢠Aan een trainer die ziet wanneer het even niet lukt.
⢠Aan een teamgenoot die je overeind helpt nadat je bent gevallen.
⢠Aan een ouder die langs de lijn staat, ook als het regent.
⢠Aan een club die er is als het voetbal even tegenzit.
Dat is voor mij de kracht van het amateurvoetbal.
En dus mogen kinderen blijven dromen. Dromen van een BVO. Van een stadion. Van die ene beslissende goal. Maar laten we met elkaar bewaken dat die droom niet wordt verkocht aan degene die er het meest voor wil betalen.
De voetbaldroom van onze jeugd is geen product.
Het is een droom.
En dromen verdienen begeleiding, geen prijskaartje.
