• ASWH bestond afgelopen 1 augustus 97 jaar. In die bijna eeuw clubhistorie passeerden 40 officieel aangestelde trainers, van I. de Broertje in 1936 tot en met de meest recente aanwinst Johan Sturrus, trainer nummer 41. Voor Johan voelt die aanstelling niet als een nieuw hoofdstuk, maar als een thuiskomst in een boek dat al generaties in zijn familie wordt gelezen.

    De naam Sturrus duikt al vroeg op in de annalen van ASWH. In het seizoen 1948‑1949 maakten J. Sturrus en Arie Sturrus deel uit van het kampioenselftal dat promoveerde naar de KNVB. Het was het begin van een lange familietraditie waarin ASWH meer was dan een club, het was een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven.

    Johans vader, die in 2022 overleed, was 69 jaar lid en jarenlang een drijvende kracht binnen de supportersclub. Hoewel het gezin Sturrus in Zwijndrecht woonde en Johan daarom bij Groote Lindt ging voetballen, werd er thuis vooral over één club gesproken: ASWH. Oorspronkelijk zou Johan bij ASWH gaan voetballen, het ASWH-tenue had hij al in huis, maar de afstand van Nederhoven in Zwijndrecht naar ASWH bleek het struikelblok te zijn. Dat hij zich nauw verbonden voelde met de Ambachters bleek wel toen hij in 1984 als jeugdspeler, dankzij jeugdleider Jur Sturrus, de oom van zijn vader, met ASWH deelnam aan de KNVB‑Jeugdsportkampen.
    In 1988 kreeg Johan een telefoontje dat zijn loopbaan een andere richting zou geven: SC Feyenoord vroeg hem voor de amateurs van de club uit Zuid. Met die ploeg promoveerde hij van de vierde klasse naar de hoofdklasse. ASWH polste hem meerdere keren, maar het duurde tot 1999 voordat Johan de overstap maakte, tot grote vreugde van zijn vader.
    Bij ASWH groeide Johan uit tot een vaste waarde als linkervleugelverdediger, aanvoerder en boegbeeld. Hij maakte alle successen mee. Drie keer kampioen van de hoofdklasse, landskampioen bij de amateurs en winnaar van de landelijke beker én de Supercup. Een erelijst waar menig speler alleen maar van kan dromen.
    En nu staat Johan aan de vooravond van een nieuwe rol, die van trainer van ASWH. De club is na sportieve tegenslag weer terug in de 4e divisie, en de vraag is of Sturrus erin slaagt de oude glans terug te brengen. Hij kent de club, de cultuur, de mensen; misschien wel beter dan wie ook.
    Ik sprak met hem over die uitdaging, over de druk, over de club die als een rode draad door zijn leven loopt, en over wat hij hoopt te brengen in Ambacht.

    Wat betekent het trainerschap bij ASWH voor jou?
    “Voor mij is dit heel bijzonder. Ik heb hier jarenlang gevoetbald en ergens voelde ik altijd dat ik ooit trainer van ASWH zou worden. Misschien pas over drie of vier jaar, je weet nooit hoe een trainerscarrière loopt, maar dat het nu al zover is, voelt fantastisch. Ik zat zonder club toen ASWH vrijkwam. We gingen in gesprek en waren er snel uit. Een paar jaar geleden, toen ik trainer was bij Papendrecht, werd ik ook al benaderd. Die overstap had ik toen graag gemaakt, maar Papendrecht hield me terecht aan mijn contract. Zij gaven mij de kans om zelfstandig trainer te worden, en dan kun je ze niet zomaar laten zitten. Als ik had doorgezet, had ASWH mijn contract moeten afkopen, en dat wilde ik niet.”

    Wat is jouw uitdaging als trainer van ASWH?
    “Mijn uitdaging is om weer een herkenbaar ASWH neer te zetten. Dat wil elke trainer natuurlijk, maar wij hebben nu een jonge spelersgroep. Ik wil dat deze jongens zich voor langere tijd aan de club binden, zodat we kunnen bouwen aan een vaste kern die meerdere jaren samen speelt. Clubs als Heerjansdam en SV Poortugaal zijn daar goede voorbeelden van: stabiel, weinig verloop, en elk seizoen een stapje vooruit. Als trainer speel je daarin een grote rol. Ik moet spelers enthousiast maken door duidelijk te zijn over onze plannen en ambities. Als spelers zich onderdeel voelen van dat verhaal, vallen er onderweg minder af en wordt ASWH aantrekkelijker voor nieuwe spelers. Natuurlijk blijft de realiteit dat goede spelers soms worden weggehaald door clubs die meer kunnen bieden. Maar ons streven is dat spelers bij ASWH willen blijven, en als ze hogerop willen, het liefst mét ASWH. Dat geldt ook voor de O23, het 2e elftal en de jeugd die hier al jaren speelt. Om op niveau te blijven ontkom je er niet aan om spelers van buitenaf te halen, maar dan wel jongens die zich langer willen binden aan de club.”

    Wat zijn je doelen voor komend seizoen?
    “We hebben tien nieuwe spelers die moeten worden ingepast, en daarmee kan het alle kanten op. Het eerste doel is zo hoog mogelijk eindigen in de 4e divisie B. Misschien pakken we een periodetitel, dan heb je nog een kans op een toetje. De 4e divisie wordt steeds sterker. Er zit echt een verschil tussen de 4e en 3e divisie, hoor ik. Tegelijkertijd zie je dat spelers met 2e‑ en 3e‑divisie‑ervaring juist kiezen voor de 4e divisie: mooie competitie, dichter bij huis. Dat is een trend die de 4e divisie steeds aantrekkelijker maakt.”

    Wat is de kracht van de huidige selectie?
    “De echte kracht moeten we nog zien. We zijn nog niet zo lang bezig. Tijdens de voorbereiding heb ik goede en minder goede dingen gezien tegen Barendrecht en SV Poortugaal. Die minder goede dingen moeten echt beter. Het belangrijkste is dat er een goede klik ontstaat tussen de spelers. We hebben een jonge, leergierige selectie, daar kun je mee bouwen. Maar het is nu nog te vroeg om precies te zeggen hoe sterk we zijn.”

    Wat voor soort voetbal kunnen de supporters verwachten?
    “Ik ken het ASWH‑publiek. Om hen te vermaken heb je een paar heel goede voetballers nodig die met mooi voetbal punten pakken. Maar supporters willen vooral zien dat spelers voor elkaar door het vuur gaan. Als je op die manier wedstrijden wint, wordt dat enorm gewaardeerd. Als je vraagt: wil je winnen of niet verliezen? Dan zeg ik: ik heb een hekel aan verliezen. Maar er zijn randvoorwaarden om te kunnen winnen. Allereerst: hoe sterk is de defensie, hoeveel tegengoals krijg je? Dat is nu nog niet helemaal helder. Eén ding is zeker: als je de nul houdt, heb je altijd een punt. Dat is mijn vertrekpunt. Van daaruit bouwen we verder.

    Jerry Tieleman is met de komst van Johan Sturrus aangesteld als assistent‑trainer van ASWH. Een logische keuze: Jerry kent de club, speelde er drie seizoenen (2015–2018) en stond bekend als een betrouwbare verdediger en een prettig mens in de kleedkamer. Na twintig jaar op hoog amateurniveau, RVVH, Capelle, SC Feyenoord, sloot hij in juni aan dit jaar op 39‑jarige leeftijd zijn loopbaan af bij Nieuw‑Lekkerland, waar hij op grootse wijze werd uitgezwaaid. Nu keert hij terug op sportpark Schildman, in een rol die, volgens ingewijden, perfect bij hem past.

    Wat betekent assistent‑trainer Jerry Tieleman voor jou?
    “Jerry is mijn assistent en ik ben heel blij met hem. Een groot voordeel is dat hij net uit de kleedkamer komt en dicht op de spelers staat. De spelers waarderen dat. Hij was altijd al iemand die met zijn jonge clubgenoten bezig was en probeerde hen beter te maken. Daarnaast heeft hij ervaring als jeugdtrainer bij SC Feyenoord en Excelsior en beschikt hij over het UEFA B‑diploma. Ik ken Jerry al langer, het is een prettig mens en een harde werker. We gaan er samen voor.”

    Is Jack van den Berg jouw voorbeeld?
    “Jack is een rode draad in mijn voetballeven. Ik heb nog met hem gevoetbald bij SC Feyenoord, ik was net 18 en hij zat in de eindfase van zijn carrière. Daarna was hij vijf seizoenen mijn trainer bij ASWH en later werd ik zijn assistent. Jack heeft mij zeker beïnvloed, maar ik kopieer hem niet. Ik heb meer trainers gehad en van elke trainer kun je iets leren. Mezelf blijven vind ik belangrijk, je blijft er geloofwaardig door.”

    Je was eerder zes jaar trainer bij Papendrecht. Iets wat tegenwoordig zeldzaam is in het amateurvoetbal. Wat was de basis dat je het daar zoveel jaar hebt volgehouden?
    “Er stond daar een jonge groep spelers waar nog heel veel rek in zat. Ik was zelf ook een relatief jonge trainer en had de intentie om die spelers een stap vooruit te helpen. Als voetballer heb ik dat proces zelf meegemaakt, dus ik wist wat er nodig was. Daarnaast klikte het gewoon goed met de mensen bij Papendrecht. Er werd geen druk op mij gelegd: geen ‘je moet dit, je moet dat’. Dat geeft rust. Mijn eerste jaar was meteen succesvol; via een periodetitel promoveerden we naar de eerste klasse. Dat geeft natuurlijk vertrouwen. Maar ik heb daar ook een degradatie meegemaakt, en later weer een kampioenschap. Papendrecht is voor mij een goede leerschool geweest omdat ik feitelijk alles heb meegemaakt. Het is niet meer de ambitieuze club van vroeger, maar veel realistischer in hun denken. Het is nu een club met spelers die voor hún club spelen, en daar hou ik van. Na zes jaar plezierig samenwerken vonden we het beiden wel genoeg en zijn we uit elkaar gegaan.”

    De volgende club, NSVV, liet je de keerzijde van het trainersvak zien?
    “Ja, NSVV was wat korter. Toen ik daar solliciteerde dacht ik: mooi, een dorpse club, daar hou ik wel van. Mijn eerste seizoen was gewoon prima. Niets aan de hand, prettige mensen, en de resultaten waren goed.
    Het begin van mijn tweede seizoen werd gekenmerkt door blessures. In de aanloop verloren we bekerwedstrijden, dus het begin was lastig. Vervolgens startten we de competitie met drie verliespartijen op rij. Vooral blessures bij verdedigers maakten het er niet makkelijker op. Er volgden gesprekken, de vierde wedstrijd werd gewonnen, en de lucht leek geklaard. Toen kwam de derby tegen Heinenoord. In de week voor die wedstrijd werd ik gebeld dat het klaar was. De oudere spelers wilden geen verandering in het team en mijn manier van werken stond ter discussie. Er is een aantal spelers gaan klagen bij de voorzitter, en volgens de ongeschreven wetten van het voetbal weet je dan dat je het als trainer kan schudden.”

    Hoe zou je vader het hebben ervaren dat jij trainer van ASWH bent geworden?
    “Ik denk dat hij het prachtig had gevonden. Aan de ene kant zou hij soms gedacht hebben, ik hoop dat hij het goed gaat doen bij ASWH, aan de andere kant zou hij een super trotse vader zijn geweest.”

    Gerrit Scheurwater

    Dit interview heeft op 10 augustus plaatsgevonden.

  • Johan Sturrus (rechts) met zijn assistent Jerry Tieleman. Zij gaan aan de slag om er een geslaagd seizoen van te maken.

  • 13 juni 2005. Johan ontvangt de schaal van bondsafgevaardigde Jan Schaalje. ASWH is landskampioen met Johan als de meest succesvolle aanvoerder aller tijden.